Raad van State: onduidelijkheid leeftijdsonderscheid en verplichtstelling

Het kabinet wil de doorsneeopbouw vervangen door degressieve pensioenopbouw. Dat levert leeftijdsonderscheid bij de opbouw op. Is daardoor een uitkeringsovereenkomst niet meer mogelijk? Bij degressieve opbouw zit er minder solidariteit in de pensioenregeling. Is dan de verplichtstelling nog wel houdbaar? Wat zegt de Raad van State?

 

Aansluiten bij arbeidsmarkt

Het kabinet schetste in de Perspectiefnota toekomst Pensioenstelsel van juli 2016 de contouren van het beoogde nieuwe pensioenstelsel. Daarin is de doorsneesystematiek afgeschaft. De premie is uniform en de opbouw wordt degressief. Ouderen gaan dan minder pensioen opbouwen dan jongeren. Een meer actuarieel neutrale wijze van pensioenopbouw sluit volgens het kabinet beter aan bij een flexibele arbeidsmarkt met meer diversiteit in persoonlijke voorkeuren van mensen. Hierdoor is er echter wel sprake van leeftijdsonderscheid. En van minder solidariteit in de pensioenregeling.

Voorlichting Raad van State

Het kabinet vroeg de Raad van State om voorlichting over juridische gevolgen van de overstap op degressieve pensioenopbouw. Is het hierdoor ontstane leeftijdsonderscheid verboden? En is daardoor de uitkeringsovereenkomst niet meer mogelijk? En is de verplichtstelling nog wel houdbaar? Serieuze vragen die beantwoord moeten worden voor knopen kunnen worden doorgehakt. Staatssecretaris Klijnsma stuurde 14 juli 2017 deze voorlichting aan de Tweede Kamer.

Verboden, tenzij…

Europese regelgeving verbiedt leeftijdsonderscheid. Maar leeftijdsonderscheid is toegestaan als het objectief en redelijk wordt gerechtvaardigd. Dat kan als een lidstaat bepaalt dat sprake is van een legitiem doel voor het leeftijdsonderscheid op het gebied van de werkgelegenheid, de arbeidsmarkt of de beroepsopleiding. De middelen om dat doel te bereiken moeten passend en noodzakelijk zijn.

Doel en middel stevig onderbouwen

Volgens de Raad van State sluit het verbod op leeftijdsonderscheid een overgang naar een pensioenstelsel met degressieve opbouw niet bij voorbaat uit. Maar het staat nog niet vast of het met de degressieve pensioenopbouw gemaakte leeftijdsonderscheid kan worden gerechtvaardigd. Dat hangt af van de inrichting van het pensioenstelsel, de overwegingen daarbij en de verdere uitwerking. De lidstaten hebben een ruime beoordelingsvrijheid bij de keuze van doelen en middelen om die doelen te bereiken. Het wordt een uitdaging voor het nieuwe kabinet om te onderbouwen dat degressieve opbouw bijdraagt aan een goed functioneren van de arbeidsmarkt en aan de werkgelegenheid.

Is er wel leeftijdsonderscheid?

Volgens de Raad van State is de waarde van ingelegde premies lastig te bepalen. Met behulp van actuariële berekeningen kan in de premie of de opbouw rekening worden gehouden met verschillen in leeftijd en de periode waarover ingelegde premies kunnen renderen. Zo bezien heeft dezelfde premie voor een 25-jarige een hogere waarde dan voor een 60-jarige. Maar is hier wel sprake van gelijke beloning? Dat hangt van het perspectief af. Kijk je naar de opbouw op een specifiek moment? Dan geeft de huidige doorsneesystematiek een gelijke aanspraak. Kijk je naar de (actuariële) waarde van de aanspraak? Dan is er bij deze systematiek geen logische verhouding tussen premie en opbouw. De Raad geeft niet aan welke benadering de juiste is. Wel is het zo dat in de uitkeringsovereenkomst een vaste pensioenuitkering wordt toegezegd. Die is voor alle leeftijden gelijk en staat los van de eventuele waarde van de ingelegde premie.

Is degressieve pensioenopbouw passend?

De Raad van State wijst er op dat lidstaten een grote ruimte hebben om het stelsel naar eigen inzicht in te vullen. Dus om te beoordelen of degressieve opbouw passend is. We zijn benieuwd hoe het nieuwe kabinet dit alles uitwerkt.

En is het noodzakelijk?

De Raad van State gaat niet in op de achilleshiel van de toets op gelijke behandeling. Als het doel ook kan worden bereikt met een ander middel zonder leeftijdsonderscheid, is het middel niet noodzakelijk. Voor degressieve opbouw zijn er twee alternatieven zonder leeftijdsonderscheid, die ook leiden tot een meer actuarieel neutrale opbouw: de uitkeringsovereenkomst met progressieve premies en de premieregeling. Het kabinet wijst progressieve premies af om te voorkomen dat de loonkosten van oudere werknemers stijgen en hun positie op de arbeidsmarkt verslechtert. Er zijn diverse varianten van premieregelingen. De SER onderzoekt een nieuwe variant van de premieovereenkomst: persoonlijk pensioen in collectief verband. Dat kan dus ook een interessant alternatief worden.

Heeft de verplichtstelling nog toekomst?

Europa gaat uit van vrije mededinging. De verplichtstelling is een uitzondering daarop. Die kan alleen worden gerechtvaardigd als er voldoende solidariteit in de pensioenregeling zit. De in de huidige doorsneesystematiek gehanteerde combinatie van gelijke premies en gelijke opbouw is te zien als een vorm van solidariteit tussen jongeren en ouderen in de pensioenregeling. Bij degressieve opbouw vervalt een deel van dit solidariteitselement. De Raad van State wijst er op dat er nog een reeks van andere solidariteitskenmerken is. Er moet opnieuw beoordeeld worden welke solidariteitskenmerken het stelsel dan zal hebben en welk wettelijk kader daarbij past. Het moet dus gaan om een integrale beoordeling van het nieuwe stelsel dat aansluit bij de veranderende arbeidsmarkt. De Raad ziet ruimte om de verplichtstelling overeind te houden.

Voorlopig geen zekerheid

Het nieuwe kabinet zal knopen moeten doorhakken over de uitwerking van het nieuwe stelsel. Daarna kan het kabinet op basis van door de Raad van State geschetste toetsingskaders beoordelen of het leeftijdsonderscheid in de uitkeringsovereenkomst te rechtvaardigen is. En of ook bij de verminderde solidariteit door degressieve opbouw de verplichtstelling nog overeind te houden is. Voorlopig is er geen zekerheid over deze belangrijke vragen. Duidelijk is wel dat het nieuwe kabinet met een stevige onderbouwing moet komen.

Lieke Haijemaije werkt als beleidsadviseur voor Achmea, een van de partners van het Centraal Beheer APF. Lieke schreef dit artikel op persoonlijke titel.

Raad van State: onduidelijkheid leeftijdsonderscheid en verplichtstelling
1 stem(men)

NAAR BOVEN