Het veiligstellen van de dekkingsgraad in voorbereiding op de Wtp-transitie

20 mei 2026
Angeli-van-Buren-1

Voor Centraal Beheer Algemeen Pensioenfonds komt de overgang naar de Wtp inmiddels snel dichterbij. De eerste kring maakt per 1 januari 2027 de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel, waarna meerdere kringen naar verwachting zullen volgen. Hoewel de actuele dekkingsgraden er solide voorstaan, blijven de financiële markten grillig. Geopolitieke ontwikkelingen, rentebewegingen en volatiele aandelenmarkten zorgen ervoor dat risicobeheer nadrukkelijk op de agenda staat. Volgens Angeli van Buren, Manager Vermogensbeheer bij Centraal Beheer Algemeen Pensioenfonds, is het beschermen van de dekkingsgraad daarom actueler dan ooit.

“Voor het bestuur staat één aspect centraal,” vertelt Angeli van Buren. “De overgang naar het nieuwe stelsel mag niet worden bemoeilijkt doordat de dekkingsgraad vlak voor de transitiedatum onder de vereiste minimale invaardekkingsgraad terechtkomt. Het bewaken van die grens heeft op dit moment de hoogste prioriteit.”

De uitdaging

Volgens Angeli schuilt de complexiteit vooral in het feit dat iedere kring binnen het fonds een eigen karakter heeft. “Elke kring beschikt over een andere financiële positie, eigen afspraken met sociale partners en specifieke doelstellingen rondom compensatie en de verdeling van buffers. In de transitieplannen is daarom per kring een minimale invaardekkingsgraad vastgesteld.

Voor het bestuur vormt die minimale dekkingsgraad een harde randvoorwaarde richting de transitiedatum. Sociale partners kijken echter vaak verder dan alleen het absolute minimum. Waar een minimale invaardekkingsgraad doorgaans tussen de 105 en 110 procent ligt, bestaan er regelmatig ambities om aanzienlijk hogere niveaus te behalen, bijvoorbeeld 120 of zelfs 130 procent, zodat ook aanvullende doelstellingen gerealiseerd kunnen worden, zoals ruimere compensatie voor deelnemers.”

Balans tussen bescherming en rendement

“Daarmee ontstaat een voortdurende afweging tussen rendement en zekerheid. Een sterk defensieve portefeuille kan helpen om de dekkingsgraad beter te beschermen, maar beperkt tegelijkertijd de kans op extra rendement. Een offensievere strategie biedt juist meer groeipotentieel, maar vergroot ook het risico dat marktschommelingen de overgang naar het nieuwe stelsel onder druk zetten of de beschikbare compensatieruimte verkleinen. Daarnaast speelt de impact op verschillende leeftijdsgroepen een belangrijke rol. Beschermingsmaatregelen zoals putopties op aandelenmarkten zijn met name relevant voor oudere deelnemers, omdat zij minder tijd hebben om verliezen te herstellen. Jongere deelnemers kunnen tijdelijke dalingen doorgaans langer opvangen. Juist daardoor ontstaat de vraag hoe een pensioenfonds maatregelen kan nemen die voor alle generaties als evenwichtig worden beschouwd”, aldus Angeli van Buren.

Lees hier het volledige artikel