Bescherming van de dekkingsgraad in aanloop naar de Wtp-transitie
Voor Centraal Beheer Algemeen Pensioenfonds komt de Wtp-transitie nu echt dichtbij. De eerste kring vaart per 1 januari 2027 in, waarna spoedig meer zullen volgen. De dekkingsgraden zijn op dit moment comfortabel, maar de marktomstandigheden zijn allesbehalve rustig. Geopolitieke spanningen, beweeglijke rentes en schommelende aandelenmarkten vragen om scherp risicobeheer. Angeli van Buren, Manager Vermogensbeheer bij Centraal Beheer Algemeen Pensioenfonds, hoeft niet lang na te denken als haar wordt gevraagd waarom bescherming van de dekkingsgraad nu zo’n actueel thema is.
"Voor het bestuur is één ding cruciaal,” zegt Angeli van Buren, manager vermogensbeheer. “Het invaren mág niet in gevaar komen doordat de dekkingsgraad vlak voor de transitie onder de minimale invaardekkingsgraad zakt. Die bescherming is nu echt topprioriteit."
De uitdaging
Angeli legt uit: “De kern van de uitdaging bij ons pensioenfonds is dat geen enkele kring hetzelfde is. Elke kring heeft een eigen financiële uitgangspositie, eigen afspraken met sociale partners en eigen ambities rond compensatie en bufferverdeling. In het transitieplan is per kring een minimale invaardekkingsgraad vastgelegd. Wat voor het bestuur centraal staat, is dat het invaren níét in gevaar mag komen door een te lage dekkingsgraad vlak voor of rond de deadline. Die minimale invaardekkingsgraad is vastgelegd in het transitieplan door de sociale partners en geldt voor het bestuur als een harde randvoorwaarde.
Sociale partners kijken echter verder dan alleen dat minimum. Waar de minimale invaardekkingsgraad vaak rond 105-110 procent ligt, geven sociale partners aan dat zij bij bijvoorbeeld 120 of zelfs 130 procent pas al hun doelstellingen kunnen realiseren. Ze willen niet alleen veilig kunnen invaren, maar ook voldoende compensatie kunnen bieden. Daarmee ontstaat een klassiek spanningsveld tussen rendement en bescherming. Hoe meer dekkingsgraad je wilt beschermen, hoe meer je de portefeuille defensiever moet inrichten en hoe groter de kans dat je toekomstig rendement laat liggen. Tegelijk is een te offensieve aanpak riskant, omdat een stevige marktdaling de transitie kan doorkruisen of de ruimte voor compensatie flink kan verkleinen. Daarnaast speelt de impact op invaren per leeftijdscohort. Bescherming via bijvoorbeeld putopties op aandelen is vooral relevant voor oudere deelnemers, die weinig tijd hebben om een eventuele daling goed te maken, terwijl jongeren dalingen langer kunnen uitzitten. Dat roept direct de vraag op: wanneer is een maatregel nog evenwichtig voor jong én oud?”
Vijf stappen om de regie te behouden
Om grip te houden op al deze afwegingen, heeft Angeli in overleg met de fiduciair adviseur en het bestuur een leidraad opgesteld. Een zorgvuldig opgesteld stappenplan van vijf stappen, waarmee per kring maatwerk mogelijk is. “De gereedschapskist die wij inzetten, bestaat grofweg uit deze vijf knoppen”, voegt Angeli toe.
- Werk met een stuurscenario en bepaal de minimale dekkingsgraad om te beschermen
We hanteren een stuurscenario om de minimale dekkingsgraad bij invaren te borgen. “Deze dekkingsgraad is per kring vastgesteld in het transitieplan en vormt de basis voor de beschermingsconstructie. Oplossingen worden beoordeeld op hun effectiviteit in het beschermen van deze grens. Het stuurscenario gaat uit van een 99% betrouwbaarheidsniveau en veronderstelt een renteschok van -150 basispunten en een daling van aandelen met 50% binnen één jaar tot invaren. Dit scenario volgen we gedurende de transitieperiode”, geeft Angeli aan. - Renteafdekking verhogen binnen het huidige beleid
In stap twee wordt de renteafdekking verhoogd. “We hebben vorig jaar gezien hoe de dekkingsgraden zo’n 20 procentpunt stegen door oplopende rente”, aldus Angeli. “Diezelfde kracht werkt de andere kant op bij rentedaling. Door meer renteafdekking in te bouwen, verklein je dat risico.” - Voorsorteren op de toekomstige Wtp-portefeuille
Zodra per kring een invaarbesluit is genomen en een implementatieplan is ingediend, kan worden voorgesorteerd op de toekomstige beleggingsmix onder de Wtp. Als die mix defensiever is dan de huidige portefeuille, werkt voorsorteren tevens als bescherming. Wordt de toekomstige portefeuille juist offensiever, dan verschuift deze stap naar later in de tijd, omdat hij de bescherming niet versterkt. - Aanpassen van het beleggingsbeleid
In stap 1 is de renteafdekking verhoogd tot het niveau dat binnen het beleggingsbeleid is toegestaan. Een verdere verhoging kan de dekkingsgraad extra beschermen. Een afdekking van circa 80% biedt doorgaans voldoende bescherming tegen neerwaartse schokken tot aan de minimale dekkingsgraad. Binnen de kaders van de bestaande risicohouding kunnen de meeste kringen de renteafdekking echter al verhogen tot 80%–100%, waardoor deze stap vaak niet nodig is. Deze is opgenomen voor situaties waarin die ruimte er niet is. “Een renteafdekking boven 100% is op voorhand niet opportuun. Dit past niet binnen de richting van de Wtp, waarin geen afdekking boven 100% wordt voorzien. Bovendien vergroot dit het risico op een daling van de dekkingsgraad bij stijgende rente”, vult Angeli aan. - Afdekken aandelenrisico met putopties
In de laatste stap kan het aandelenrisico (gedeeltelijk) worden afgedekt met putopties. Dit instrument is nieuw voor veel fondsen en vraagt om zorgvuldige implementatie. “Putopties beschermen vooral tegen neerwaartse bewegingen op de aandelenmarkt”, vult Angeli aan. “Voor ouderen is dat belangrijker dan voor jongeren, wat direct het evenwichtigheidsvraagstuk op tafel legt.”

Intussen speelt de marktrealiteit op de achtergrond mee
Op de vraag of de huidige marktonrust echt een probleem vormt, verwijst Angeli naar de brede spreiding in de portefeuille. “We beleggen absoluut niet alleen in aandelen. Naast aandelen hebben we vastgoed, high yield-obligaties, emerging market-obligaties en grondstoffen. Dat maakt ons minder afhankelijk van één markt. Toch is spreiding geen wondermiddel. Op dit moment staan meerdere categorieën onder druk. Grondstoffen, zoals goud en olie, doen het dan juist weer goed. Een hoge olieprijs is voor sommige delen van de portefeuille nadelig, maar voor onze grondstoffenposities gunstig. Daarnaast speelt rente een grote rol. Spanningen kunnen inflatie en rente opstuwen, wat de dekkingsgraad juist helpt, maar obligatiewaardes laat dalen. Spreiding dempt risico, maar er zijn scenario’s denkbaar waarin het overal tegenzit. Dan biedt alleen een lager risicoprofiel of extra afdekking echt bescherming.”
Wat maakt deze aanpak sterk?
“Wat we proberen te doen, is de complexe vraag ‘hoe beschermen we de dekkingsgraad richting transitie?’ terugbrengen tot een aanpak die zowel robuust als uitlegbaar is. Die aanpak rust op drie pijlers: maatwerk per kring, transparantie over de keuzes die we maken en een stevig geborgde governance. Die drie horen echt bij elkaar. Zonder maatwerk doe je bepaalde kringen tekort, zonder transparantie verlies je draagvlak, en zonder stevige governance kun je de transitie niet verantwoord organiseren”, vult Angeli aan.
- Maatwerk per kring
“Elke kring heeft een eigen geschiedenis, eigen afspraken met sociale partners, een eigen financiële positie en een eigen risicohouding. Dat betekent dat de vraag ‘wat is verstandig richting transitie?’ per kring een ander antwoord kan opleveren. Daarom hebben we een generiek stappenplan ontwikkeld, maar de invulling daarvan is nadrukkelijk maatwerk. Waarom is maatwerk zo belangrijk? Als je iedereen over één kam scheert, maak je voor sommige kringen suboptimale keuzes. De ene kring zou dan te veel bescherming en te weinig rendement krijgen, de andere juist te veel risico vlak voor de transitie. Door per kring heel bewust af te wegen wat nodig is, sluiten we beter aan op het transitieplan, de afspraken met sociale partners en de verwachtingen van deelnemers”, legt Angeli uit. - Transparantie en expliciete keuzes
“Transparantie betekent voor mij dat we onze keuzes niet alleen expliciet maken, maar ook kunnen uitleggen. We formuleren per kring een doelscenario. Welke dekkingsgraad willen we in elk geval beschermen en welke hogere dekkingsgraad is eventueel wenselijk, bijvoorbeeld om compensatie of bufferverdeling mogelijk te maken. Vervolgens leggen we vast welke instrumenten we inzetten, welke scenario’s we daarbij hanteren en welke effecten dat heeft voor jongeren en ouderen. Door dat allemaal vast te leggen, voorkom je dat beslissingen als ‘black box’ worden ervaren. Sociale partners, belanghebbenden en ook deelnemers hebben er recht op te begrijpen waarom we bepaalde stappen nemen. Uiteindelijk maken transparantie en documentatie de besluitvorming toetsbaar. Daarbij zijn we ook duidelijk over grenzen. Soms is het simpelweg niet realistisch om álle risico’s uit te schakelen én tegelijk alle ambities waar te maken. Door dat eerlijk te bespreken, creëer je begrip.” - Governance geborgd
“We hebben de governance nadrukkelijk in het stappenplan verankerd. Dat betekent dat per stap duidelijk is wie waarover gaat en welke toezichtseisen gelden. Het bestuur stelt het stappenplan vast en neemt de beslissingen, maar doet dat op basis van gestructureerde informatie en een doorrekening. Het bestuur kan zo kiezen uit heldere, gekwantificeerde opties in plaats van te varen op gevoel. Het belanghebbendenorgaan van de kring is nauw betrokken in het proces en geeft instemming op de aanpassing van de portefeuille.
De Nederlandsche Bank stelt duidelijke eisen aan risicobeheer, scenario analyse en evenwichtigheid. Door onze aanpak langs die lat te leggen en per stap te beschrijven aan welke randvoorwaarden we voldoen, maken we het voor de toezichthouder inzichtelijk dat we zorgvuldig handelen. Denk aan eisen rond het gebruik van derivaten, het niveau van renteafdekking, de samenhang met het transitieplan en de evenwichtigheid tussen generaties. Governance betekent in dit geval: aantoonbaar laten zien dat je de juiste vragen hebt gesteld en onderbouwd hebt geantwoord. De kracht van onze aanpak is juist dat die drie elementen in balans zijn. Maatwerk zorgt dat je inhoudelijk de goede dingen doet, transparantie zorgt dat iedereen snapt wat je doet, en governance zorgt dat je dat op een gecontroleerde en toetsbare manier doet.”
Wat kunnen andere fondsen hiervan leren?
“Wanneer mij wordt gevraagd welke lessen andere fondsen hieruit kunnen trekken, zeg ik altijd “Begin op tijd”. Het opzetten van bijvoorbeeld putopties kost nu eenmaal tijd, omdat dit geen instrument is dat elk fonds dagelijks gebruikt. Ook het doorrekenen van scenario’s, het bepalen van drempels en het vormgeven van besluitvorming vergt de nodige voorbereiding. Daarnaast pleit ik voor het werken met vooraf vastgestelde scenario’s. Je wilt niet op het laatste moment, onder tijdsdruk, grote beslissingen moeten nemen. Dat geeft rust, zowel voor het bestuur als voor de uitvoerders.
Tot slot benadruk ik het belang van samenwerking met experts. We kunnen dit niet zonder onze fiduciaire adviseur. Die rekent voor ons door welke dekkingsgraad we met welke combinatie van maatregelen met welke waarschijnlijkheid behalen. Zulke analyses zijn cruciaal om onderbouwde besluiten te nemen. Dat zorgt niet alleen voor meer grip, maar ook voor rust binnen de organisatie”, besluit Angeli. Hieronder nogmaals alle tips op een rijtje.
- Begin op tijd
Het opzetten van bijvoorbeeld putopties kost tijd, zeker als het geen instrument is dat je al standaard gebruikt. Ook het doorrekenen van scenario’s en het uitwerken van evenwichtigheidsafwegingen vraagt voorbereiding. Wacht hier niet mee tot de laatste fase van de transitie. - Werk met scenario’s en drempels
Leg nu al vast welke stappen je zet bij welke marktsituatie. Denk aan: “als de dekkingsgraad onder niveau X komt, verhogen we de renteafdekking verder” of “bij scenario Y gaan we over tot het inzetten van putopties”. Dat voorkomt ad hoc beslissingen onder tijdsdruk. - Maak keuzes expliciet en toetsbaar
Door doelscenario’s, maatregelen en effecten goed te documenteren, wordt de besluitvorming toetsbaar voor bestuur, toezichthouder en stakeholders. Dat verhoogt de kwaliteit van governance én het vertrouwen in de uitvoering.

Angeli van Buren is sinds 2019 Manager Vermogensbeheer bij Centraal Beheer Algemeen Pensioenfonds en daar verantwoordelijk voor bijna € 8 miljard belegd vermogen in 15 kringen. Zin om even bij te praten? Neem gerust contact met Angeli op.